Naar de website van onze sponsor EuroJoe Naar de website van onze sponsor Happy Dog Topbanner van de V.V.D.H.
Onze vereniging |  Disciplines |  Duitse Herder |  Maandblad |  Contact & Diensten |  Evenementen |  Hond kopen? |  Webwinkel |  FAQ |  Links

Home Disciplines Africhting Begeleidingshond B.H. Vragenlijst

De B.H.+ vragen

Gezondheid en Voeding

1. welke wet regelt het houden van honden in een kennel ?

  • de wet op de dieren bescherming
  • de wet op het houden van vee
  • de wet van het land waarvan de honden afkomstig zijn

2. een pup mag worden (St-Hubertus) afgehaald na ten minste :

  • 6 weken
  • 8 weken
  • 10 weken

3. de vacinatie tegen Rabies is geldig in Belgie voor ?

  • 3 jaar
  • 1 jaar
  • 2 jaar

4. wie bezorgt U het attest van vaccinatie of het internationaal inentingsboekje ?

  • de fokker
  • de dierenarts die het inenten deed
  • een dierenarts van de overgeid

5. hoe verspreid zich hondsdolheid onder de honden ?

  • door de beet van een vos
  • door uitwerpselen
  • door muizen

6. teken dienen zo snel mogelijk te worden verwijderd, hoe doet U dat?

  • Met een pincette of tekentang op een rustige manier
  • Niet verwijderen, ze vallen vanzelf
  • Met een pincette en zo snel mogelijk rukken

7. de beten van de teek zijn gevaarlijk voor honden, welke ziekte kunnen ze als

  • gevolg hebben ?
  • rabies
  • TBE (encefalitis in de vroege zomer)
  • De ziekte van lime

8. pups van 8 weken dienen te worden ingeent tegen ?

  • stuipen
  • hepatitis
  • leptospirose
  • parvovirus
  • mond en klauwzeer
  • salmonella
  • geen inenten nodig de pup is te jong

9. waarom moet men een pup regelmatig ontwormen?

  • omdat de pup al besmet is door de moedermelk
  • omdat de pup al besmet werd door het contact met de mens
  • omdat honden elkaar besmetten door hun uitwerpselen

10. de complete droge voeding voor de hond….

  • dekt al zijn behoeften
  • moet worden aangevuld met speciale preparaten
  • mag niet exclusief gebruikt worden

11. de belangrijkste bestandelen van de voeding zijn….

  • eiwitten, koolhydraten, vetten, vitaminen, oligo elementen.
  • beenderen, vet, vlees, melk.
  • kwark, rauwe eieren, granen

12. welke drank moet altijd ter beschikking van de hond zijn ? ?

  • thee
  • water
  • melk

13. hoe lang duurt de loopsheid van een teef in goede gezondheid ?

  • 10 dagen
  • ong. 3 weken
  • ong. 4 weken

14. op welk moment is de gemiddelde teef vruchtbaar tijdens de loopsheid ?

  • tussen de 4de en de 6de dag van de loopsheid
  • tussen de 10de en de 16de dag van de loopsheid
  • gedurende de ganse loopsheid

15. hoe dikwijls per jaar wordt een gezonde teef loops ?

  • 1 maal
  • 2 maal (lente en herfst)
  • 4 maal

16.hoe beschermen we de hond tegen een virale infectie ?

  • met frisse lucht
  • met voldoende groenten in zijn voeding
  • door vaccinatie

17. welke temperatuur heeft een gezonde hond ?

  • 36,5 – 37,5°
  • 38,0 – 39,0°
  • plus de 39,0°

18. waar zul je speciaal op letten als je wandelt in een gebied waar rabies mogelijk aanwezig is ?

  • alle honden aan de leiband
  • niks speciaal
  • een hond die perfect gehoorzaamt en ingeent is tegen rabies mag loslopen

19. wat maakt de ontlasting van de hond hard ?

  • een droge voeding
  • te veel botten eten

20. hoe kan je zien dat de hond ziek is ?

  • verandering van lichaamstemperatuur
  • grote honger
  • apatisch

21. de tekenen dat de teef loops is zijn….

  • de teef rolt over de grond
  • de vulva is groter
  • je ziet bloederig slijm aan de vulva

22. welke soort voeding geven we niet aan de hond ?

  • beenderen van pluimvee
  • tafelresten
  • vis
  • rauw varkensvlees

23. hoe bestrijden we een infectie met luizen ?

  • ze verdwijnen bij het zwemmen
  • door het gebruik van een vlooienband
  • met rauwe uien

24. de ontlasting van de hond kan ziekten over dragen ?

  • neen
  • wormen
  • salmonella
  • toxoplasmose

25. hoe moet een afsluiting om een hond in te houden er uit zien?

  • niet beklimbaar
  • met prikkeldraad omgeven
  • een electrische afsluiting
  • zodanig dat de hond er niet over noch onderdoor kan

Opvoeding en Gedrag

1. wat begrijpen we onder de noemer, « het karakter van de hond » ?

  • enkel de kenmerken en aangeboren innerlijke eigenschappen?
  • enkel de verworven kenmerken ?
  • alle aangeboren en verworven vaardigheden vormen het karakter van de hond

2. de socialisatie van de hond gebeurt :

  • tot de derde week van zijn leven
  • van de 10de tot de 12de week in zijn leven
  • van de 7de tot de 12de week van zijn leven

3. wat is belangrijke in de relatie met de hond ?

  • geduld, beloning en konsekwentie.
  • een sterke hand
  • dagelijks contact
  • alles te samen

4. een hond ervaart zijn omgeving vooral met :

  • gehoor
  • de ogen
  • de neus

5. laten we honden samen spelen ?

  • altijd
  • enkel als ze mekaar kennen
  • enkel met sociale dieren

6. de hond…..

  • is een individualist
  • leeft in koppel
  • is een roedel dier

7. u wandelt met uw hond zonder lijn, er komt een jogger aan, wat doet U ?

  • je laat de hond lopen
  • ik vraag de jogger niet te snel voorbij te lopen en zegt hem dat de hond niet bijt.
  • ik neem de hond aan de lijn en onder controle.

8. u wandelt met de hond zonder lijn, een andere wandelaar vertoont tekenen van angst voor de hond, wat doet U ?

  • passeer snel met het bevel, « volg ».
  • ik laat de hond lopen en ga gewoon verder
  • je neemt de hond aan de lijn.

9. uw hond loopt vrij maar komt niet naar u terug na verschillende bevelen, wat doet U ?

  • je loopt achter hem aan en vangt hem
  • u blijft staan en roepen tot hij komt
  • u roept en dreigt met een straf
  • u wandelt rustig in de tegenovergestelde richting

10. welke wijze van opvoeden moeten we hanteren voor de hond?

  • autoritair
  • niet-autoritair
  • konsekwent
  • naargelang je manier van leven

11. in de familie moet de hond….

  • een lid van de familie zijn
  • de leidersrol spelen
  • de positie op de onderste trede van de ladder bekleden

12. als hond en kind te samen zijn moet je steeds…..

  • de hond in de gaten houden
  • de hond en het kind in de gaten houden
  • niets doen

13. de pup moet….

  • Zo weinig mogelijk contact hebben met de omgeving opdat hij niet onzeker zou worden.
  • Zo veel mogelijk onder de mensen brengen in allerlei situaties.

14. de pup toont correct gedrag, hoe lang wacht je om dit te belonen ?

  • 1 minuut
  • onmiddellijk belonen
  • tijd speelt geen rol

15. op welke leeftijd vangen we aan met de opleiding van de hond ?

  • na 2 à 3 maanden
  • na 9 maanden
  • niet voor de hond een jaar oud is

16. de duur van een training van de hond hangt vooral af van….

  • de weersomstandigheden
  • wat de hond aan stress kan verdragen (op de stressgrens)
  • zijn mogelijkheden en aangeboren kwaliteiten

17. soms zijn correcties niet te vermijden, deze correcties moeten er voor zorgen

  • dat de hond zich tegen ons keert
  • de hond door zijn correct gedrag geen stress ondervind

18. het resultaat van een opleiding wordt vooral bepaald door….

  • de samenstelling en de aard van de motiveringsvoorwerpen
  • het contact tussen hond en geleider
  • de bloedlijn

19. stress tijdens de opleiding komt voor door…

  • de omgeving
  • een voortdurende zware fysieke en psychische belasting
  • afnemen van het lustobject

20. een zeer hoge prikkelbaarheidsdrempel betekent :

  • de hond reageert direct
  • de hond reageert op een evenwichtige manier
  • de hond reageert laat

21. welke driften zorgen voor het voortbestaan van de soort ?

  • sexuele drift
  • buitdrift
  • vluchtdrift
  • sociale mogelijkheden
  • roedel drift
  • jachtdrift

22. benoem de vijf zintuigen :

  • gezicht
  • gelukkig gevoel
  • smaakzin
  • reukzin
  • zesde zintuig
  • tastzin
  • gehoorzin

23. wat is de eerste regel bij het opvoeden van de hond?

  • gehoorzaamheid forceren met alle mogelijke middelen
  • gebruik maken van de mogelijkheden van de hond op een diervriendelijke manier
  • enkel sport voor de geleider

24. het karakter van de hond…..

  • is voor 70% aangeboren en 30% gevormd door invloeden van buitenaf
  • is de weergave van het samenleving proces tussen mens en hond
  • is steeds de weergave van het moment

25. een hond is van bij de geboorte…

  • een vriend voor kinderen
  • bereid zijn zich te onderwerpen
  • geneigd om te domineren

Reglement B.H. Proef

1. wie mag de BH proef keuren ?

  • een Africhtingskeurmeester (AK) IPO/GHP
  • een Keurmeester (KM) gehoorzaamheid
  • de secretaris van de vereniging

2. hoe oud moet de hond zijn voor deelname aan de BH+test ?

  • 12 maanden
  • 15 maanden
  • 18 maanden

3. het gedeelte « A » van de BH+test bestaat uit :

  • 4 oefeningen
  • 5 oefeningen
  • 7 oefeningen

4. de controle van de tat behoort tot de wezen test, waar bevindt zich de Tat ?

  • in het linker oor
  • in het rechter oor
  • in beide oren

5. na het lijn volgen is de lijn ….

  • aan de AK te geven
  • om te hangen of in de zak
  • gewoon achter laten

6. welke halsbanden zijn toegelaten ?

  • slipketting met grote schakels
  • prikband
  • nep banden (gemanipuleerd)
  • lederhalsbanden

7. de looppas is te tonen gedurende :

  • ten minste 10 passen
  • ten minste 20 passen
  • niet belangrijk

8. het MB « Volg » mag gegeven worden….

  • bij het vertrek uit basis positie
  • voor de keerwendingen om de aandacht van de hond te trekken
  • bij het halt houden om de hond in een correcte positie te krijgen
  • bij verandern van pas

9. het loven van de hond is toegelaten…..

  • zonder ophouden tijdens de oefeningen
  • als de hond niet oplet
  • na elke oefening in basis positie

10. het aantal passen na het bevel « zit » bedraagt …

  • ten minste 10 passen
  • 15 passen
  • heeft geen belang

11. de geleider verwijderd zich van de hond tijdens de oef, afliggen onder afleiding…

  • hij blijft dicht bij de hond
  • hij verwijderd zich 30 passen
  • de afstand heeft geen belang

12. bij de oefening, « afliggen onder afleiding” legt men de hond af op teken van de AK . Daarna…

  • de geleider verwijdert zich en laat de lijn achter bij de hond
  • de geleider verwijdert zich zonder iets achter te laten bij de hond
  • de geleider legt de hond vast met de lijn

13. tijdens de oefening “af” is de hond…..

  • op te roepen
  • op te halen
  • je kan kiezen

14. bij de oefening “af” is de hond op te roepen over een afstand van ….

  • 30 passen
  • 15 passen
  • 40 passen

15. tijdens het aanmelden met de hond mag de geleider….

  • speeltuigen mee voeren om de hond te motiveren
  • voederen tijdens de oefening
  • motiveertoestanden noch voeding in zijn bezit hebben

16. lichaamshulp en bijbevelen mogen gegeven worden door de geleider….

  • zeker niet
  • altijd
  • indien nodig

17. het begin van de oefening….

  • beslist de geleider
  • op teken van de AK
  • op teken van de wedstrijdleider

18. zet de oefeningen van deel « A » in de correcte volgorde= a = zit, b= volgen aan de lijn, c = afliggen onder afleiding, d = afliggen met oproepen, e = vrij volgen.

  • a, b, c, d, e
  • b, e, a, d, c
  • e, d, c, b, a

19. de oefeningen van deel « B » in het verkeer, dienen te gebeuren :

  • in de stad
  • op de parking van de club
  • op een veldweg dicht bij de club

20. het deel « B » telt ten minste…..

  • 4 oefeningen
  • 5 oefeningen
  • 6 oefeningen

21. het deel « B » is ter controle van….

  • het gedrag tegenover mens en dier
  • de veiligheid van de leefomgeving

22. tijdens het deel « B » is de hond…

  • aan de lijn
  • af en toe vrij
  • altijd vrij

23. tijdens de oefening kruisen van vreemde mensen…

  • is de hond steeds aan de linkerkant
  • is de hond steeds aan de rechterkant
  • hij mag voor lopen

24. tijdens de oefening, dwarsen door een groep van personen geeft iemand de geleider een hand, de hond …..

  • zijn baas verdedigen als hij de handdruk als een bedreiging ervaart
  • de hond moet gaan zitten op het bevel
  • de hond mag afgelegd worden in de groep tijdens deze oefening

25. tijdens de oefening ontmoeten van personen kunnen we een zebrapad nemen, tijdens dit onderdeel….

  • speelt het verkeer geen rol, wij staan op een zebrapad
  • moet de geleider rekening houden met het verkeer
  • de wedstrijdleider legt het verkeer stil

26. tijdens de oefening 6 in het verkeer wordt de hond alleen gelaten, hoe gebeurt dit...

  • hij wordt aan de lijn gehouden door de AK of een andere persoon
  • hij wordt met de lijn vast gemaakt op een daartoe aangewezen plaats
  • hij wordt vrij afgelegd op een hem aangewezen plaats.

27. in oefening 5, ontmoeten van andere honden…

  • de hond moet neutraal blijven
  • de honden mogen samen spelen
  • de hond kan worden af gelegd of in zit geplaatst

28. de volgorde van de oefeningen in deel B…

  • wordt uitgevoerd zoals de geleider wenst
  • kan varieren als de AK dit nodig acht
  • wordt bepaald door de wedstrijdverantwoordelijke

29. welke honden zijn toegelaten tot de BH+test proef…

  • honden van 20kg en ten minste 40 cm hoog
  • enkel Rottweilers
  • honden van alle rassen en grootte, met of zonder stamboom

30. een hond die tijdens de wezentest niet gelukt is kan verder werken ?

  • ja
  • neen
  • dat beslist de AK

31. hoe dient een hond te reageren als hij in basis positie is en het bevel volg krijgt ?

  • hij moet de geleider vrolijk volgen
  • hij dient te blijven zitten en te wachten op het volgende bevel
  • hij dient links naast de geleider te gaan zitten

32. mag de halsketting op slip geplaatst zijn tijdens de oefeningen ?

  • dit blijft vrij aan de geleider
  • ja
  • neen

33. wat is belangrijk in deel B om te slagen ?

  • de punten die de AK geeft
  • het totaal beeld dat de hond toont in het verkeer
  • dat de oefeningen worden uitgevoerd met succes

34. wanneer schiet men tijdens de BH + test?

  • tijdens vrij volgen
  • helemaal niet
  • tijdens het afliggen onder afleiding

35. waar vinden we de chip?

  • links boven de schouder
  • rechts boven de schouder
  • op de rug


©2009 - 2017 : Vereniging voor Duitse Herders