Naar de website van onze sponsor EuroJoe Naar de website van onze sponsor Happy Dog Topbanner van de V.V.D.H.
Onze vereniging |  Disciplines |  Duitse Herder |  Maandblad |  Contact & Diensten |  Evenementen |  Hond kopen? |  Webwinkel |  FAQ |  Links

Home Disciplines Basisopleiding Programma

Basisopleidingprogramma

Opgelet: Dit programma gaat pas in vanaf 1 januari 2013

A. Algemeen

  1. Het basisopleidingsprogramma bestaat uit 2 onderdelen: het examen en de wedstrijd
  2. In het basisopleidingsprogramma worden 3 brevetten uitgereikt:   
    1. BOP graad 1 (minimumleeftijd 10 maanden)
    2. BOP graad 2 (minimumleeftijd 12 maanden)
    3. BOP graad 3 (minimumleeftijd 14 maanden)
  3. Een examen wordt afgenomen in groepen van maximum 5 teams. Ze doen een geschiktheidtest en verplichte oefeningen, waarvan de moeilijkheidsgraad van graad 1 over graad 2 naar graad 3 stijgt. Elk team moet slagen in de geschiktheidtest en mag slechts in één oefening falen.
  4. De wedstrijden worden betwist in groepen van 2 teams.
  5. In wedstrijd 2 zijn de sta oefening en kapel de willekeurige oefeningen waaruit de beoordelaars één oefening loten vóór de wedstrijd.
  6. In wedstrijd 3 zijn de sta oefening, kapel, apport over de grond en vooruit de willekeurige oefeningen waaruit de beoordelaars 2 oefeningen loten vóór de wedstrijd.
  7. De geschiktheidtest dient te gebeuren in alle examens en alle wedstrijden.
  8. De geschiktheidtest wordt voorafgegaan door voorstelling van geleider en hond. Voorstelling: naam geleider; naam hond; graad BOP gevolgd door wedstrijd of examen, bvb. BOP 1 examen.
  9. Men kan niet aantreden in een examen en wedstrijd van dezelfde graad op dezelfde dag.
  10. De basisopstelling gebeurt steeds volgens de deelnemerslijst van links naar rechts door de wedstrijdleider, dus nr. 1 links enz.
  11. Bij de oefeningen met leiband, wordt de leiband steeds in de linkse hand gedragen
  12. Zowel de bevelen aan de hond, als de momenten van beloning mogen enkel uitgevoerd worden op bevel van wedstrijdleider.
  13. Men stelt geen agressieve handelingen tegenover zijn hond. Naargelang de graad van agressie kan dit leiden tot uitsluiting.
  14. Verlaat de hond tijdens examen of wedstrijd zelfstandig het terrein ( geen controle van geleider) leidt dit tot uitsluiting.
  15. De wedstrijd of examen duurt tot men het terrein heeft verlaten. Indien men de hond straft, of deze vliegt uit terwijl beoordelaars de punten berekenen, kan dit leiden tot puntenaftrek op de algemene houding.
  16. Tijdens de oefeningen wordt de hond NIET aangeraakt. Leid tot “niet geslaagd” in examen en in wedstrijd 0 punten op de oefening. (Uitzondering “voorstellen van de hond” in de geschiktheidtest).
  17. Kettingen worden nooit in slipstand toegestaan, alsook leibanden die enkel in slipstand kunnen gebruikt worden!
  18. Eten als beloning wordt NIET toegestaan!
  19. Beloningen worden NIET gegooid!
  20. Bevelen bestaan uit slechts één woord!
  21. Correcte houding geleider bij houdingen en sprongen: armen naast lichaam; benen geen spreidstand.     

B. Geschiktheidtest.

De honden dienen voor het begin van een examen of wedstrijd een geschiktheidstest te ondergaan. Na in baisopstelling te zijn geplaatst door de wedstrijdleider, is het verloop van deze test als volgt:

  1. De hond worden in "zit" geplaatst en dient zijn tanden te tonen.
  2. De tatouage wordt getoond.  Bij een chip wordt deze gecontroleerd.
  3. De hond wordt in "sta" geplaatst en wordt gemeten.  De grootte heeft geen belang, de oefening dient enkel om de hond vertrouwd te maken met het meten.
  4. Nog steeds in stand wordt de hond aangeraakt of gestreeld.  Bij de reuen is er ook een controle van de testikels.

Beoordeling:
Agressie KAN leiden tot uitsluiting!  De hierdoor uitgesloten geleider/hond kan in wedstrijd vervangen worden.
De hond dient elk onderdeel van de test op een rustige manier te doorstaan, zonder tekenen van agressie en/of angst, volgens de gewenste karaktereigenschappen, opgenomen in de raskenmerken van de Duitse Herder.  Duurt de test langer dan 2 minuten leidt dit tot puntenverlies.

Puntentoekenning bij wedstrijd:
- Graad 1: 30 punten
- Graad 2: 20 punten
- Graad 3: 10 punten

C. Examens.

Oefeningen Basisopleiding Examen Graad 1

  1. AANGELIJND VOLGEN

In basisstelling stellen de geleiders zich op met hun aangelijnde hond aan de voet. Op bevel gaan ze in voorwaartse richting, waarna ze op bevel twee “linkse” en twee “rechtse” hoeken maken. In het laatste rechte stuk lost de wedstrijdleider een schot. Daarna volgt op bevel van de wedstrijdleider een keerwending en haltoefening, waarbij de hond aan de voet komt zitten.
Beoordeling:
Om te slagen dient de hond zijn geleider te volgen zonder uit te wijken, voor te lopen of achter te blijven. Bij de schotproef moet de hond hiervoor onverschillig blijven.

  1. ZIT-OEFENING

Aan de overzijde van het terrein stellen de geleiders zich op in basisstelling met hun hond aan de voet. Op bevel van de wedstrijdleider vertrekken zij in voorwaartse richting en op zijn teken wordt het bevel zit gegeven. De geleiders gaan door en houden halt op bevel van de wedstrijdleider na ongeveer 10 meter. Ze draaien zich onmiddellijk om naar hun rustig zittende hond. De geleiders keren op teken van de wedstrijdleider terug naar hun hond en plaatsen zich correct naast hun hond..
Beoordeling:
Om te slagen mag de hond geen andere houding aannemen dan zit en/of zijn plaats niet verlaten. Zit de hond niet voor de geleider zich omdraait, wordt deze oefening als “niet geslaagd” beschouwd..

  1. AF-OEFENING

De geleiders stellen zich op in de basisstelling van oefening 1. Op bevel van de wedstrijdleider gaan ze in voorwaartse richting en op teken van de wedstrijdleider wordt het beveel af gegeven. De geleiders gaan door en houden halt op bevel van de wedstrijdleider na ongeveer 10 meter. Ze draaien zich onmiddellijk om naar hun rustig liggende hond. Op teken van de wedstrijdleider keren ze terug en plaatsen zich correct naast hun hond. De honden mogen slechts aan de voet gevraagd worden op teken van de wedstrijdleider.
Beoordeling:
Om te slagen mag de hond geen andere houding aannemen dan af en/of zijn plaats niet verlaten. Ligt de hond niet voor geleider zich omdraait dan wordt deze oefening als “niet geslaagd” beoordeeld.

  1. HEENSPRONG

De geleiders begeven zich op teken van de wedstrijdleider één voor één met hun aangelijnde hond naar de springschans van 30 cm. Hierbij dient de hond bij het bevel “hoog” spontaan over de schans te springen. De geleider moet meewandelen langsheen de schans..
Beoordeling:
Om te slagen dient de hond de sprong spontaan uit te voeren. Indien de hond weigert de sprong uit te voeren of wordt door de geleider over de schans geholpen (mee overstappen), wordt deze oefening als “ niet geslaagd” beoordeeld..

  1. AFLEGGEN IN GROEP

Op een door de wedstrijdleider bepaalde plaats stellen de geleiders zich op met hun aangelijnde hond aan de voet. De honden worden afgelegd op teken van de wedstrijdleider, de geleiders begeven zich naar de wedstrijdleider, die hiervoor toestemming geeft. De honden blijven nu 1 minuut liggen. De geleiders begeven zich terug naar hun honden op teken van de wedstrijdleider en plaatsen zich ernaast. Op aangeven van de wedstrijdleider worden de honden aan voet gevraagd.
Beoordeling:
Om te slagen dient de hond gedurende één minuut rustig te blijven liggen. Indien de hond voortijdig zijn plaats verlaat wordt deze oefening als “niet geslaagd” beoordeeld.
 

Oefeningen Basisopleiding Examen Graad 2

  1. AANGELIJND VOLGEN

Heen
De geleiders nemen hun basisstelling in met hun aangelijnde hond aan de voet. Op bevel van de wedstrijdleider vertrekken ze in voorwaartse richting. Er worden twee “rechtse” en twee “linkse” hoeken gemaakt op bevel van de wedstrijdleider, die in het laatste rechte stuk een schot lost. Op bevel van de wedstrijdleider wordt er een keerwending en haltoefening gemaakt, waarbij de hond aan de voet wordt gevraagd na bevel van de wedstrijdleider.
Terug
Vanuit de haltoefening van de heen oefening vertrekken de geleiders met hun hond in voorwaartse richting in normale pas. Telkens op teken van de wedstrijdleider wordt er van tempo veranderd en wel in de volgorde looppas, trage pas en terug normale pas en op bevel van de wedstrijdleider wordt een keerwending en haltoefening gemaakt, waarbij de hond aan de voet wordt gevraagd na bevel van de wedstrijdleider.
Beoordeling:
Om te slagen dient de hond zijn geleider te volgen zonder uit te wijken, voor te lopen of achter te blijven. Bij de schotproef moet de hond hiervoor onverschillig blijven.
Let op:
- op teken van de wedstrijdleider mag er tussen heen- en terugoefening beloond worden.
- bij tempowissels mag een bevel gegeven worden.

  1. ZIT-OEFENING

Vanuit basisstelling vertrekken de geleiders met hun hond op bevel van de wedstrijdleider in voorwaartse richting. Op aangeven van de wedstrijdleider geven de geleiders het bevel “zit” en gaan door. De wedstrijdleider laat hen halt houden op ongeveer 10 meter, waarna geleiders zich onmiddellijk omdraaien naar hun rustig zittende hond. Hierna maakt de wedstrijdleider een enkele slalom tussen de rustig zittende honden. Na deze slalom geeft de wedstrijdleider aan de 1ste geleider het bevel om terug te keren naar zijn hond, dan de 2de tot alle geleiders terug naast hun hond staan.
Beoordeling:
Om te slagen mag de hond geen andere houding aannemen en/of zijn plaats niet verlaten. Zit de hond niet voor geleider zich omdraait, wordt deze oefening als “niet geslaagd” beoordeeld.
Let op: alle honden blijven zitten tot laatste geleider terug naast zijn hond staat en de wedstrijdleider “einde oefening” geeft..

  1. AF-OEFENING

Vanuit basisstelling vertrekken de geleiders met hun hond op bevel van de wedstrijdleider in voorwaartse richting. Op teken van de wedstrijdleider geven de geleiders het bevel “af”. De geleiders gaan door tot ongeveer 10 meter en houden dan halt op teken van de wedstrijdleider. Hierna draaien ze zich onmiddellijk om naar hun rustig liggende hond. Tussen de rustig liggende honden maakt de wedstrijdleider een enkele slalom en laat dan de geleiders terugkeren naar hun hond behalve de 1ste geleider. Op teken van de wedstrijdleider roept deze geleider zijn hond op. In een vlot tempo komt de hond recht naar zijn geleider en gaat recht voor deze zitten. De hond wordt aan de voet geroepen op aangeven van de wedstrijdleider. De 2de geleider gaat op teken van de wedstrijdleider terug naar zijn oproepbasis en doet hetzelfde als de 1ste geleider bij het oproepen. Dit wordt herhaald tot laatste geleider zijn hond aan de voet heeft geroepen..
Beoordeling:
Om te slagen dient de hond geen andere houding aan te nemen dan af en / of zijn niet plaats verlaten. Ligt de hond niet voor de geleider zich omdraait, dan wordt deze oefening als “niet geslaagd” beoordeeld.
Let op:
- Men mag deze oefening ook zonder lijn uitvoeren, mits dit aan te geven bij WL. Het los volgen zal ook als dusdanig beoordeeld worden.
- De reeds aan de voet zittende honden dienen rustig te blijven tot de hond van de laatste geleider aan de voet zit en WL “einde oefening” geeft..

  1. STA OEFENING

De geleiders met aangelijnde hond aan de voet op de basisstelling, vetrekken op bevel van de wedstrijdleider in voorwaartse richting. Het bevel sta wordt gegeven op teken van de wedstrijdleider, waarna geleiders verdergaan en houden halt op teken van de wedstrijdleider na ongeveer 10 meter. Ze draaien zich onmiddellijk om naar hun rustig staande hond. Dan geeft de wedstrijdleider bevel aan geleiders om terug te keren naar hun honden, deze worden dan aan de voet geroepen op teken van de wedstrijdleider.
Beoordeling:
Om te slagen dienen de honden gedurende de ganse oefening te blijven staan en/of zijn plaats niet verlaten. Staat de hond niet vóór geleider zich omdraait, dan wordt deze oefening als “niet geslaagd” beoordeeld..

  1. HEEN EN TERUGSPRONG
    Deze oefening wordt los uitgevoerd. Men mag bij deze oefening een voorwerp gebruiken.
    De geleider plaatst zich met zijn hond aan de voet voor de springschans van 60 cm. Op teken van de wedstrijdleider mag de geleider de oefening beginnen.
    Met voorwerp: de hond komt na de terugsprong correct voor zijn geleider zitten met het voorwerp, waarna dit los wordt gevraagd. Op teken van de wedstrijdleider wordt de hond aan de voet geroepen.
    Zonder voorwerp: na de terugsprong gaat de hond correct voor zijn geleider zitten, waarna deze op teken van de wedstrijdleider zijn hond aan de voet roept.
    Beoordeling:
    Om te slagen dient de hond beide sprongen met vreugde uit te voeren. Bij gebruik van voorwerp dient de hond dit terug te brengen. Bij weigering van één der sprongen of bij het niet terugbrengen van het voorwerp wordt deze oefening als “niet geslaagd” beoordeeld.
    Let op:
    - als geleider geen voorwerp gebruikt, mag hij twee bevelen gebruiken. Eén voor heensprong en één voor terugsprong.
    - met voorwerp mag geleider twee bevelen gebruiken, één om te springen en één om het voorwerp te laten terugbrengen.
    - Wanneer het voorwerp slecht wordt gegooid, mag de geleider aan de wedstrijdleider vragen om het gooien opnieuw te doen. Bij het ophalen van het voorwerp dient de hond rustig te blijven zitten.

  2. KAPEL
    Deze oefening wordt los uitgevoerd. Men mag bij deze oefening een voorwerp gebruiken.
     De geleider plaatst zich met zijn hond aan de voet voor de kapel (hoogte 140 cm.). Op teken van de wedstrijdleider mag de geleider de oefening beginnen.
    Met voorwerp: de hond komt na de terugsprong correct voor zijn geleider zitten met het voorwerp, waarna dit los wordt gevraagd. Op teken van WL wordt de hond aan de voet geroepen.
    Zonder voorwerp: de hond komt na de terugsprong correct voor zijn geleider zitten, waarna deze op teken van de wedstrijdleider zijn hond aan de voet roept.
    Beoordeling:
    Om te slagen dienen beide sprongen met vreugde uitgevoerd te worden. Bij weigering van één der sprongen of bij het niet terugbrengen van het voorwerp, wordt deze oefening als “niet geslaagd” beoordeeld.
    Let op:
    - als geleider geen voorwerp gebruikt, mag hij twee bevelen gebruiken. Eén voor heensprong en één voor terugsprong.
    - met voorwerp mag geleider twee bevelen gebruiken, één om te springen en één om het voorwerp te laten terugbrengen.
    - Wanneer het voorwerp slecht wordt gegooid, mag de geleider aan de wedstrijdleider vragen om het gooien opnieuw te doen. Bij het ophalen van het voorwerp dient de hond rustig te blijven zitten.

  3. AFLEGGEN IN GROEP
    Op een door de wedstrijdleider bepaalde plaats stellen de geleiders zich op met hun aangelijnde hond aan de voet. De honden worden afgelegd op teken van de wedstrijdleider, de geleiders begeven zich naar de wedstrijdleider, die hiervoor toestemming geeft. De honden blijven nu 2 minuten liggen. De WL gaat in een enkele slalom door de liggende honden. De geleiders begeven zich terug naar hun honden op teken van de wedstrijdleider en plaatsen zich ernaast. Op aangeven van de wedstrijdleider worden de honden aan voet gevraagd..
    Beoordeling:
    Om te slagen dient de hond gedurende twee minuten rustig te blijven liggen. Indien de hond voortijdig zijn plaats verlaat wordt deze oefening als “niet geslaagd” beoordeeld.
     

Oefeningen Basisopleiding Examen Graad 3

  1. LOS VOLGEN

Heen.
De geleiders nemen hun basispositie in met hun hond los aan de voet. Op bevel van de wedstrijdleider vertrekken ze in voorwaartse richting. Er worden twee "rechtse" en twee "linkse" hoeken gemaakt op bevel van wedstrijdleider, die in het laatste rechte stuk een schot lost. Op bevel van de wedstrijdleider wordt er een keerwending en haltoefening gemaakt, waarbij de hond aan de voet wordt gevraagd na bevel van de wedstrijdleider.
Terug.
Vanuit de haltoefening van de heen oefening vertrekken de geleiders met hun hond in voorwaartse richting in normale pas. Telkens op teken van de wedstrijdleider wordt er van tempo veranderd en wel in de volgorde looppas, trage pas en terug normale pas en op bevel van wedstrijdleider een keerwending en haltoefening, waarbij de hond aan de voet wordt gevraagd na bevel van wedstrijdleider.
Beoordeling:
Om te slagen dient de hond tijdens de ganse oefening zijn geleider te volgen zonder teveel voorlopen, achterblijven of uitwijken. Bij de schotproef moet de hond hiervoor onverschillig blijven.
Let op:
- op teken van de wedstrijdleider mag er tussen heen- en terugoefening beloond worden.
- bij tempowissels mag een bevel gegeven worden.
- de groep blijft staan tot einde oefening "los volgen".

  1. ZIT-OEFENING

Vanuit basisstelling vertrekken de geleiders met hun hond op bevel van de wedstrijdleider in voorwaartse richting. Op aangeven van de wedstrijdleider geven de geleiders het bevel "zit" en gaan door. wedstrijdleider laat hen halt houden op ongeveer 10 meter, waarna geleiders zich onmiddellijk omdraaien naar hun rustig zittende hond. De wedstrijdleider laat nu een aangeduide persoon met hond een enkele slalom door de zittende honden maken. Na deze slalom geeft de wedstrijdleider aan de 1ste geleider  het bevel om terug te keren naar zijn hond, dan de 2de tot alle geleiders terug naast hun hond staan.
Beoordeling:
Om te slagen mag de hond geen andere houding aannemen en/of zijn plaats niet verlaten. Zit de hond niet voor geleider zich omdraait, wordt deze oefening als “niet geslaagd” beoordeeld.
Let op: alle honden blijven zitten tot laatste geleider terug naast zijn hond staat en wedstrijdleider “einde oefening” geeft.

  1. AF-OEFENING

Vanuit basisstelling vertrekken de geleiders met hun hond op bevel van de wedstrijdleider in voorwaartse richting. Op teken van de wedstrijdleider geven de geleiders het bevel “af”. De geleiders gaan door tot ongeveer 10 meter en houden dan halt op teken van de wedstrijdleider. Hierna draaien ze zich onmiddellijk om naar hun rustig liggende hond. De wedstrijdleider laat nu een aangeduide persoon met hond een enkele slalom door de liggende honden maken.
Na deze slalom laat de wedstrijdleider de 1ste geleider zijn hond oproepen. Deze komt correct voor zijn geleider zitten en wordt op teken van de wedstrijdleider aan de voet geroepen. Dit wordt herhaald tot de laatste geleider zijn hond aan de voet heeft gevraagd.
Beoordeling:
Om te slagen mag de hond geen andere houding aannemen en/of zijn plaats niet verlaten. Ligt de hond niet voor geleider zich omdraait, wordt deze oefening als “niet geslaagd” beoordeeld.
Let op: alle honden dienen te blijven liggen en aan de voet te blijven tot laatste geleider zijn hond aan de voet heeft gevraagd en wedstrijdleider “einde oefening” geeft.

  1. HEEN- EN TERUGSPRONG

Bij deze oefening mag een voorwerp gebruikt worden.
De geleider plaatst zich met zijn hond aan de voet voor de springschans van 100 cm.
Op teken van de wedstrijdleider mag de geleider aan de oefening beginnen.
- Met voorwerp: de hond komt na de terugsprong correct voor zijn geleider zitten met het voorwerp, waarna dit los wordt gevraagd. Op teken van de wedstrijdleider wordt de hond aan de voet geroepen.
- Zonder voorwerp: na de terugsprong gaat de hond correct voor zijn geleider zitten, waarna deze op teken van de wedstrijdleider zijn hond aan de voet roept.
Beoordeling:
Om te slagen dient de hond beide sprongen met vreugde uit te voeren. Bij gebruik van voorwerp dient de hond dit terug te brengen. Bij weigering van één der sprongen of bij het niet terugbrengen van het voorwerp wordt deze oefening als “niet geslaagd” beoordeeld. 
Let op:
- als geleider geen voorwerp gebruikt, mag hij twee bevelen gebruiken. Eén voor heensprong en één voor terugsprong.
- met voorwerp mag geleider twee bevelen gebruiken, één om te springen en één om het voorwerp te laten terugbrengen.
- Wanneer het voorwerp slecht wordt gegooid, mag de geleider aan wedstrijdleider vragen om het gooien opnieuw te doen. Bij het ophalen van het voorwerp dient de hond rustig te blijven zitten.
- Honden die ouder zijn dan 7 jaar mogen over 60 cm. springen indien de geleider hierom verzoekt bij wedstrijdleider. (controle werkboekje).

  1. APPORT OVER DE GROND

De geleider plaatst zich in basispositie, aangeduid door de wedstrijdleider, met zijn hond aan de voet. Op teken van de wedstrijdleider mag de geleider aan de oefening beginnen. De hond brengt het voorwerp vlot en gaat correct voor zijn geleider zitten. De hond moet dit voorwerp op bevel lossen en wordt dan op teken van de wedstrijdleider aan de voet gevraagd.
Beoordeling:
De hond dient het voorwerp vlot te brengen.

  1. VOORUIT

De 1ste geleider begeeft zich naar de basispositie aangeduid door de wedstrijdleider en plaatst zijn hond aan de voet. Op bevel van de wedstrijdleider vertrekt de geleider met zijn hond in voorwaartse richting. Na ongeveer 10 passen stuurt de geleider zijn hond minstens 20 meter vooruit. Op teken van de wedstrijdleider roept de geleider zijn hond af. Op aangeven van de wedstrijdleider gaat geleider naar zijn hond toe. Eenmaal naast de hond, wordt deze op teken van wedstrijdleider aan de voet gevraagd.
Beoordeling:
Om te slagen dient de hond vlot vooruit te lopen en te blijven liggen tot aan het bevel om aan de voet te komen.

  1. AFLEGGEN IN GROEP

Op een door de wedstrijdleider bepaalde plaats stellen de geleiders zich op met hun hond los aan de voet. De honden worden afgelegd op teken van wedstrijdleider, de geleiders begeven zich naar de wedstrijdleider, die hiervoor toestemming geeft. De honden blijven nu 3 minuten liggen. De wedstrijdleider laat nu de aangeduide persoon met hond in een enkele slalom door de rustig liggende honden gaan. De geleiders begeven zich terug naar hun honden op teken van wedstrijdleider en plaatsen zich ernaast. Op aangeven van wedstrijdleider worden de honden aan voet gevraagd.
Beoordeling:
Om te slagen dient de hond gedurende drie minuten rustig te blijven liggen. Indien de hond voortijdig zijn plaats verlaat wordt deze oefening als “niet geslaagd” beoordeeld.

NA HET EINDE VAN DEZE OEFENING WORDEN DE HONDEN ONMIDDELLIJK AANGELIJND!

D. Wedstrijden

Wedstrijdoefeningen Basisopleiding Graad 1

  1. AANGELIJND VOLGEN op 15 punten

In basisstelling stellen de geleiders zich op met hun aangelijnde hond aan de voet. Op bevel gaan ze in voorwaartse richting, waarna ze op bevel twee “linkse” en twee “rechtse” hoeken maken. In het laatste rechte stuk lost de wedstrijdleider een schot. Daarna volgt op bevel van de wedstrijdleider een keerwending en haltoefening, waarbij de hond aan de voet wordt gevraagd na bevel van wedstrijdleider.
Beoordeling:
Voorlopen, achterblijven, zijwaarts uitwijken, geen correcte voet, mondelinge en lichamelijke bijbevelen, reactie op schot, te weinig aandacht van de hond leiden tot puntenaftrek.

  1. ZIT OEFENING op 10 punten

Aan de overzijde van het terrein stellen de geleiders zich op in basisstelling met hun hond aan de voet. Op bevel van de wedstrijdleider vertrekken zij in voorwaartse richting en op zijn teken wordt het bevel zit gegeven. De geleiders gaan door en houden halt op bevel van de wedstrijdleider na ongeveer 20 passen. Ze draaien zich onmiddellijk om naar hun rustig zittende hond. De geleiders keren op teken van de wedstrijdleider terug naar hun hond en plaatsen zich correct naast hun hond.
Beoordeling:
Fouten in het volgen, gaan zitten vóór bevel, langzaam gaan zitten, verkeerde houding bij bevel, houdingsverandering, plaats verlaten, mondelinge en lichamelijke bijbevelen leiden tot puntenaftrek.

  1. AF OEFENING op 10 punten

De geleiders stellen zich op in de basisstelling van oefening 1. Op bevel van de wedstrijdleider gaan ze in voorwaartse richting en op teken van de wedstrijdleider wordt het bevel "af" gegeven. De geleiders gaan door en houden halt op bevel van de wedstrijdleider na ongeveer 20 passen. Ze draaien zich onmiddellijk om naar hun rustig liggende hond. Op teken van de wedstrijdleider keren ze terug en plaatsen zich correct naast hun hond. De honden mogen slechts aan de voet gevraagd worden op teken van de wedstrijdleider.
Beoordeling:
Fouten in het volgen, gaan liggen vóór bevel, langzaam gaan liggen, verkeerde houding bij bevel, houdingsverandering, plaats verlaten, mondelinge en lichamelijke bijbevelen leiden tot puntenaftrek.

  1. HEENSPRONG op 15 punten

De geleiders begeven zich op teken van wedstrijdleider één voor één met hun aangelijnde hond naar de springschans van 30 cm. en plaatsen hun hond in voet. Hier dient de hond bij het bevel “hoog” spontaan over de schans te springen. De geleider mag meewandelen langsheen de schans.
Beoordeling:
Voortijdig vertrek, weigering of aarzeling van hond bij sprong, aanraken van springschans door geleider en/of hond, mondelinge en/of lichamelijke bijbevelen (mee overstappen inbegrepen) leiden tot puntenaftrek.

  1. AFLEGGEN IN GROEP op 15 punten

Op een door de wedstrijdleider bepaalde plaats stellen de geleiders zich op met hun aangelijnde hond aan de voet. De honden worden afgelegd op teken van de wedstrijdleider, de geleiders begeven zich naar de wedstrijdleider, die hiervoor toestemming geeft. De honden blijven nu 1 minuut liggen. De geleiders begeven zich terug naar hun honden op teken van de wedstrijdleider en plaatsen zich ernaast. Op aangeven van de wedstrijdleider worden de honden aan voet gevraagd.
Beoordeling:
Gaan liggen vóór bevel, onrustig liggen van de hond, houdingsverandering, plaats verlaten, mondelinge en lichamelijke bijbevelen, vroegtijdig aan voet komen leiden tot puntenaftrek.

  1. ALGEMENE HOUDING op 5 punten
     

Wedstrijdoefeningen Basisopleiding Graad 2

  1. AANGELIJND VOLGEN op 15 punten

Heen.
De geleiders nemen hun basispositie in met hun aangelijnde hond aan de voet. Op bevel van de wedstrijdleider vertrekken ze in voorwaartse richting. Er worden twee “rechtse” en twee “linkse” hoeken gemaakt op bevel van de wedstrijdleider, die in het laatste rechte stuk een schot lost. Op bevel van de wedstrijdleider wordt er een keerwending en haltoefening gemaakt, waarbij de hond aan de voet wordt gevraagd na bevel van de wedstrijdleider.
Terug.
Vanuit de haltoefening van de heen oefening vertrekken de geleiders op bevel van de wedstrijdleider met hun hond in voorwaartse richting in normale pas. Telkens op teken van de wedstrijdleider wordt er van tempo veranderd en wel in de volgorde looppas, trage pas en terug normale pas en wordt op bevel van de wedstrijdleider een keerwending en haltoefening gemaakt.
Beoordeling:
Voorlopen, achterblijven, zijwaarts uitwijken, geen correcte voet, mondelinge en lichamelijke bijbevelen, reactie op schot, te weinig aandacht van de hond leiden tot puntenaftrek.

  1. ZIT - OEFENING op 10 punten

Vanuit basispositie vertrekken de geleiders met hun hond op bevel van de wedstrijdleider in voorwaartse richting. Op aangeven van de wedstrijdleider geven de geleiders het bevel “zit” en gaan door. De wedstrijdleider laat hen halt houden op ongeveer 20 passen, waarna de geleiders zich onmiddellijk omdraaien naar hun rustig zittende hond. Hierna maakt de wedstrijdleider een enkele slalom tussen de rustig zittende honden. Na deze slalom geeft de wedstrijdleider aan de 1ste geleider het bevel om terug te keren naar zijn hond, dan de 2de tot alle geleiders terug naast hun hond staan.
Beoordeling:
Fouten in het volgen, gaan zitten vóór bevel, langzaam gaan zitten, verkeerde houding bij bevel, houdingsverandering, plaats verlaten, onrust bij slalom wedstrijdleider, mondelinge en lichamelijke bijbevelen leiden tot puntenaftrek.

  1. AF-OEFENING op 10 punten

De geleiders stellen zich op aan de overzijde van het terrein. Op bevel van de wedstrijdleider vertrekken de geleiders met hun hond in voorwaartse richting en geven op teken van de wedstrijdleider het bevel af. De geleiders gaan door tot ongeveer 20 passen en houden dan halt op teken van de wedstrijdleider. Hierna draaien ze zich onmiddellijk om naar hun rustig liggende hond. Tussen de rustig liggende honden maakt de wedstrijdleider een enkele slalom en laat dan de geleiders terugkeren naar hun hond behalve de 1ste geleider. Op teken van de wedstrijdleider roept deze geleider zijn hond op. In een vlot tempo komt de hond recht naar zijn geleider en gaat recht voor deze zitten. De hond wordt aan de voet geroepen op aangeven van de wedstrijdleider. De 2de geleider gaat op teken van de wedstrijdleider terug naar zijn oproepbasis en doet hetzelfde als de 1ste geleider bij het oproepen. Dit wordt herhaald tot laatste geleider zijn hond aan de voet heeft geroepen.
Beoordeling:
Fouten in het volgen, gaan liggen vóór bevel, langzaam gaan liggen, verkeerde houding bij bevel, houdingsverandering, plaats verlaten, onrust bij slalom wedstrijdleider, oproepbasis verlaten door geleider, geen correcte houding van geleider bij oproepen hond (spreidstand; handen voor lichaam enz.), te traag komen bij oproep, geen correcte zit-voor en/of voet, mondelinge en/of lichamelijke bijbevelen leiden tot puntenaftrek. Let op: Men mag deze oefening zonder lijn uitvoeren, mits dit aan te geven bij wedstrijdleider.

  1. HEENSPRONG EN TERUGSPRONG (eventueel met eigen voorwerp) op 15 punten

Deze oefening wordt los uitgevoerd. Men mag bij deze oefening een voorwerp gebruiken.
De geleider plaatst zich met zijn hond aan de voet voor de springschans van 60 cm. Op teken van de wedstrijdleider mag de geleider de oefening beginnen.
- Met voorwerp: de hond komt na de terugsprong correct voor zijn geleider zitten met het voorwerp, waarna dit los wordt gevraagd. Op teken van de wedstrijdleider wordt de hond aan de voet geroepen.
- Zonder voorwerp: na de terugsprong gaat de hond correct voor zijn geleider zitten, waarna deze op teken van wedstrijdleider zijn hond aan de voet roept.
Beoordeling:
Vroegtijdig vertrek, hond weigert de sprong, geleider en/of hond raken de springschans aan, hond mist heen – en /of terugsprong, laten vallen van eventueel voorwerp, eventueel voorwerp niet mee terug brengen, geen correcte houding van geleider ( spreidstand, handen voor lichaam enz.), basispositie verlaten door geleider, geen correcte zit-voor en/of voet, mondelinge en/of lichamelijke bijbevelen leiden tot puntenaftrek.
Let op:
- Als geleider geen voorwerp gebruikt, mag hij twee bevelen gebruiken. Eén voor heensprong en één voor terugsprong.
- Met voorwerp mag geleider twee bevelen gebruiken, één om te springen en één om het voorwerp te laten terugbrengen.
- Wanneer het voorwerp slecht wordt gegooid, mag de geleider aan wedstrijdleider vragen om het gooien opnieuw te doen. Bij het ophalen van het voorwerp dient de hond rustig te blijven zitten.

  1. STA OEFENING (Willekeurige oefening) - op 10 punten

De geleiders met aangelijnde hond aan de voet op de basisstelling, vetrekken op bevel van de wedstrijdleider in voorwaartse richting. Het bevel sta wordt gegeven op teken van de wedstrijdleider, waarna geleiders verdergaan en houden halt op teken van de wedstrijdleider na ongeveer 20 passen. Ze draaien zich onmiddellijk om naar hun rustig staande hond. Dan geeft de wedstrijdleider bevel aan geleiders om terug te keren naar hun honden, deze worden aan de voet geroepen op teken van de wedstrijdleider.
Beoordeling:
Fouten in het volgen; staan vóór bevel; niet direct stilstaan; verkeerde houding bij bevel; houdingsverandering; plaats verlaten; voet vóór bevel; geen correcte voet; mondelinge en /of lichamelijke bijbevelen leiden tot puntenaftrek.

  1. KAPEL (Willekeurige oefening) op 10 punten

Deze oefening dient los uitgevoerd te worden. Men mag bij deze oefening een voorwerp gebruiken.
De geleider plaatst zich met zijn hond aan de voet voor de kapel. Op teken van de wedstrijdleider mag de geleider de oefening beginnen.
Met voorwerp: de hond komt na de terugsprong correct voor zijn geleider zitten met het voorwerp, waarna dit los wordt gevraagd. Op teken van de wedstrijdleider wordt de hond aan de voet geroepen.
Zonder voorwerp: de hond komt na de terugsprong correct voor zijn geleider zitten, waarna deze op teken van de wedstrijdleider zijn hond aan de voet roept.
Beoordeling:
Vroegtijdig vertrek, hond weigert de sprong, geleider en/of hond raken de springschans aan, hond mist heen – en /of terugsprong, laten vallen van eventueel voorwerp, eventueel voorwerp niet mee terug brengen, geen correcte houding van geleider ( spreidstand, handen voor lichaam enz.), basispositie verlaten door geleider, geen correcte zit-voor en/of voet, mondelinge en/of lichamelijke bijbevelen leiden tot puntenaftrek.
Let op:
- Als geleider geen voorwerp gebruikt, mag hij twee bevelen gebruiken. Eén voor heensprong en één voor terugsprong.
- Met voorwerp mag geleider twee bevelen gebruiken, één om te springen en één om het voorwerp te laten terugbrengen.
- Wanneer het voorwerp slecht wordt gegooid, mag de geleider aan de wedstrijdleider vragen om het gooien opnieuw te doen. Bij het ophalen van het voorwerp dient de hond rustig te blijven zitten.
- Voorwerp moet stilliggen alvorens hond mag springen.

  1. AFLEGGEN IN GROEP - 15 punten

Op een door de de wedstrijdleider bepaalde plaats stellen de geleiders zich op met hun aangelijnde hond aan de voet. De honden worden afgelegd op teken van de wedstrijdleider, de geleiders begeven zich naar de de wedstrijdleider, die hiervoor toestemming geeft. De honden blijven nu 2 minuten liggen. De de wedstrijdleider gaat in een enkele slalom door de liggende honden. De geleiders begeven zich terug naar hun honden op teken van de wedstrijdleider en plaatsen zich ernaast. Op aangeven van de wedstrijdleider worden de honden aan voet gevraagd.
Beoordeling:
Gaan liggen vóór bevel, onrustig liggen van de hond, houdingsverandering, plaats verlaten; reactie op slalom de wedstrijdleider; mondelinge en lichamelijke bijbevelen; vroegtijdig aan voet komen leiden tot puntenaftrek.
Let op: men mag deze oefening zonder lijn uitvoeren, mits dit aan te geven bij de wedstrijdleider. 

  1. ALGEMENE HOUDING - 5 punten

Wedstrijdoefeningen Basisopleiding Graad 3

  1. LOS VOLGEN op 15 punten

Heen.
De geleiders nemen hun basispositie in met hun hond los aan de voet. Op bevel van de de wedstrijdleider vertrekken ze in voorwaartse richting. Er worden twee “rechtse” en twee “linkse” hoeken gemaakt op bevel van de wedstrijdleider, die in het laatste rechte stuk een schot. Op bevel van de wedstrijdleider wordt er een keerwending en haltoefening gemaakt, waarbij de hond aan de voet wordt gevraagd na bevel van de wedstrijdleider.
Terug.
Vanuit de haltoefening van de heen oefening vertrekken de geleiders met hun hond in voorwaartse richting in normale pas. Telkens op teken van de wedstrijdleider wordt er van tempo veranderd en wel in de volgorde looppas, trage pas en terug normale pas en op bevel van de wedstrijdleider een keerwending en haltoefening.
Beoordeling:
Voorlopen, achterblijven, zijwaarts uitwijken, geen correcte voet, mondelinge en lichamelijke bijbevelen, reactie op schot, te weinig aandacht van de hond leiden tot puntenaftrek.
Let op:
- bij tempowissels mag een bevel gegeven worden.
- de groep blijft staan tot einde oefening “los volgen”.

  1. ZIT OEFENING op 10 punten

Vanuit basispositie vertrekken de geleiders met hun hond op bevel van de wedstrijdleider in voorwaartse richting. Op aangeven van de wedstrijdleider geven de geleiders het bevel “zit” en gaan door. de wedstrijdleider laat hen halt houden op ongeveer 20 passen, waarna geleiders zich onmiddellijk omdraaien naar hun rustig zittende hond. De de wedstrijdleider laat nu een aangeduide persoon met hond een enkele slalom door de zittende honden maken. Na deze slalom geeft de de wedstrijdleider aan de 1ste geleider (rechts dus) het bevel om terug te keren naar zijn hond, dan de 2de tot alle geleiders terug naast hun hond staan.
Beoordeling:
Fouten in het volgen, gaan zitten vóór bevel, langzaam gaan zitten, verkeerde houding bij bevel, houdingsverandering, plaats verlaten, onrust bij slalom persoon met hond, mondelinge en lichamelijke bijbevelen leiden tot puntenaftrek.
 

  1. AF OEFENING op 10 punten

Vanuit basispositie vertrekken de geleiders met hun hond op bevel van de wedstrijdleider in voorwaartse richting. Op aangeven van de wedstrijdleider geven de geleiders het bevel “af” en gaan door. De geleiders gaan door tot ongeveer 20 passen en houden dan halt op teken van de wedstrijdleider. Hierna draaien ze zich onmiddellijk om naar hun rustig liggende hond. De de wedstrijdleider laat nu een aangeduide persoon met hond een enkele slalom door de liggende honden maken.
Na deze slalom laat de wedstrijdleider de 1ste geleider (rechtse) zijn hond oproepen. Deze komt correct voor zijn geleider zitten en wordt op teken van de wedstrijdleider aan de voet geroepen. Dit wordt herhaald tot de laatste geleider zijn hond aan de voet heeft gevraagd.
Beoordeling:
Fouten in het volgen, gaan liggen vóór bevel, langzaam gaan liggen, verkeerde houding bij bevel, houdingsverandering, plaats verlaten, onrust bij slalom persoon met hond, oproepbasis verlaten door geleider, geen correcte houding van geleider bij oproepen hond (spreidstand; handen voor lichaam enz.), reactie bij oproep andere hond; te traag komen bij oproep; geen correcte zit-voor en/of voet; mondelinge en/of lichamelijke bijbevelen leiden tot puntenaftrek.
 

  1. HEEN- EN TERUGSPRONG op 15 punten

Bij deze oefening mag een voorwerp gebruikt worden.
De geleider plaatst zich met zijn hond aan de voet voor de springschans van 100 cm.
Op teken van de wedstrijdleider mag de geleider aan de oefening beginnen.
Met voorwerp: de hond komt na de terugsprong correct voor zijn geleider zitten met het voorwerp, waarna dit los wordt gevraagd. Op teken van de de wedstrijdleider wordt de hond aan de voet geroepen.
Zonder voorwerp: na de terugsprong gaat de hond correct voor zijn geleider zitten, waarna deze op teken van de wedstrijdleider zijn hond aan de voet roept.
Beoordeling:
Vroegtijdig vertrek, hond weigert de sprong, hond raakt de springschans aan, hond mist heen – en /of terugsprong, laten vallen van eventueel voorwerp, eventueel voorwerp niet mee terug brengen, geen correcte houding van geleider ( spreidstand, handen voor lichaam enz.), basispositie verlaten door geleider, geen correcte zit-voor en/of voet, mondelinge en/of lichamelijke bijbevelen leiden tot puntenaftrek.
Let op:
- Als geleider geen voorwerp gebruikt, mag hij twee bevelen gebruiken. Eén voor heensprong en één voor terugsprong.
- Met voorwerp mag geleider twee bevelen gebruiken, één om te springen en één om het voorwerp te laten terugbrengen.
- Wanneer het voorwerp slecht wordt gegooid, mag de geleider aan de wedstrijdleider vragen om het gooien opnieuw te doen. Bij het ophalen van het voorwerp dient de hond rustig te blijven zitten.
- Honden die ouder zijn dan 7 jaar mogen over 60 cm. springen indien de geleider hierom verzoekt bij de wedstrijdleider. (controle werkboekje).

  1. STA OEFENING (Willekeurige oefening) op 10 punten

De geleiders met aangelijnde hond aan de voet op de basisstelling, vetrekken op bevel van de wedstrijdleider in voorwaartse richting. Het bevel sta wordt gegeven op teken van de wedstrijdleider, waarna geleiders verdergaan en halt houden op teken van de wedstrijdleider na ongeveer 20 passen. Ze draaien zich onmiddellijk om naar hun rustig staande hond. Dan geeft de wedstrijdleider bevel aan geleiders om terug te keren naar hun honden, deze worden aan de voet geroepen op teken van de wedstrijdleider.
Beoordeling:
Fouten in het volgen; staan vóór bevel; niet direct stilstaan; verkeerde houding bij bevel; houdingsverandering; plaats verlaten; voet vóór bevel; geen correcte voet; mondelinge en /of lichamelijke bijbevelen leiden tot puntenaftrek.

  1. KAPEL (Willekeurige oefening) op 10 punten

Deze oefening dient los uitgevoerd te worden. Men mag bij deze oefening een voorwerp gebruiken.
De geleider plaatst zich met zijn hond aan de voet voor de kapel (hoogte 160 cm.). Op teken van de wedstrijdleider mag de geleider de oefening beginnen.
Met voorwerp: de hond komt na de terugsprong correct voor zijn geleider zitten met het voorwerp, waarna dit los wordt gevraagd. Op teken van de wedstrijdleider wordt de hond aan de voet geroepen.
Zonder voorwerp: de hond komt na de terugsprong correct voor zijn geleider zitten, waarna deze op teken van de wedstrijdleider zijn hond aan de voet roept.
Beoordeling:
Vroegtijdig vertrek, hond weigert de sprong, geleider en/of hond raken de springschans aan, hond mist heen – en /of terugsprong, laten vallen van eventueel voorwerp, eventueel voorwerp niet mee terug brengen, geen correcte houding van geleider ( spreidstand, handen voor lichaam enz.), basispositie verlaten door geleider, geen correcte zit-voor en/of voet, mondelinge en/of lichamelijke bijbevelen leiden tot puntenaftrek.
Let op:
- Als geleider geen voorwerp gebruikt, mag hij twee bevelen gebruiken. Eén voor heensprong en één voor terugsprong.
- Met voorwerp mag geleider twee bevelen gebruiken, één om te springen en één om het voorwerp te laten terugbrengen.
- Wanneer het voorwerp slecht wordt gegooid, mag de geleider aan de wedstrijdleider vragen om het gooien opnieuw te doen. Bij het ophalen van het voorwerp dient de hond rustig te blijven zitten.

  1. APPORT OVER DE GROND (Willekeurige oefening) op 10 punten

De geleider plaatst zich in basispositie, aangeduid door de wedstrijdleider, met zijn hond aan de voet. Op teken van de wedstrijdleider mag de geleider aan de oefening beginnen. De hond brengt het voorwerp vlot en gaat correct voor zijn geleider zitten. De hond moet dit voorwerp op bevel lossen en wordt dan op teken van de wedstrijdleider aan de voet gevraagd.
Beoordeling:
Voortijdig vertrek; voorwerp laat vallen; geen correcte houding van geleider (spreidstand; handen voor lichaam enz.); verlaten basispositie; geen voorzit; geen correcte voorzit; laat voorwerp niet los; geen voet; geen correcte voet; mondelinge en/of lichamelijke bijbevelen leiden tot puntenaftrek.
Let op: Voorwerp moet stilliggen alvorens de hond mag springen

  1. VOORUIT (Willekeurige oefening) - op 10 punten

De  geleider begeeft zich naar de basispositie aangeduid door de de wedstrijdleider en plaatst zijn hond aan de voet. Op bevel van de wedstrijdleider vertrekt de geleider met zijn hond in voorwaartse richting. Na ongeveer 10 passen stuurt de geleider zijn hond minstens 20 meter vooruit. Op teken van de wedstrijdleider roept de geleider zijn hond af. Op aangeven van de wedstrijdleider gaat geleider naar zijn hond toe. Eenmaal naast de hond, wordt deze op teken van de wedstrijdleider aan de voet gevraagd.
Beoordeling:
Fouten in het volgen; vroegtijdig vertrek; meelopen door geleider;  niet recht vooruit; vroegtijdig liggen( minder dan 20 meter); vroegtijdig bevel; traag liggen; niet blijven liggen tijdens ophalen; vroegtijdig aan de voet; geen correcte voet; mondelinge en lichamelijke bijbevelen leiden tot puntenaftrek.

  1. AFLEGGEN IN GROEP op 15 punten

Op een door de de wedstrijdleider bepaalde plaats stellen de geleiders zich op met hun hond los aan de voet. De honden worden afgelegd op teken van de wedstrijdleider, de geleiders begeven zich naar de de wedstrijdleider, die hiervoor toestemming geeft. De honden blijven nu 3 minuten liggen. De de wedstrijdleider laat nu de aangeduide persoon met hond in een enkele slalom door de rustig liggende honden gaan. De geleiders begeven zich terug naar hun honden op teken van de wedstrijdleider en plaatsen zich ernaast. Op aangeven van de wedstrijdleider worden de honden aan voet gevraagd.
Beoordeling:
Gaan liggen vóór bevel, onrustig liggen van de hond, houdingsverandering, plaats verlaten, mondelinge en lichamelijke bijbevelen; vroegtijdig aan voet komen leiden tot puntenaftrek.

  1. ALGEMENE HOUDING - 5 punten

NA HET EINDE VAN DEZE OEFENING WORDEN DE HONDEN ONMIDDELLIJK AANGELIJND!!!


Dit reglement kan u ook downloaden in PDF formaat.
 



©2009 - 2017 : Vereniging voor Duitse Herders